Tra iner zijn in het Nederlandse profvoetbal van 1976 is lang niet altijd een glanzend bestaan. De mogelijkheden zijn beperkt, veel spelers ...
Trainer zijn in het Nederlandse profvoetbal van 1976 is lang niet altijd een glanzend bestaan. De mogelijkheden zijn beperkt, veel spelers zijn nog semiprof en de arbeidsvoorwaarden stellen weinig voor. Fritz Korbach, trainer van FC Wageningen, trekt zich daar weinig van aan. Voor hem bestaat er maar één stand: volledig.
Fritz Korbach: voetbal vanaf het moment dat hij wakker wordt
Professioneel trainer zijn in Nederland in de jaren zeventig is soms nauwelijks professioneel te noemen. De verdiensten zijn beperkt en hetzelfde geldt voor de mogelijkheden. Veel profvoetballers zijn in 1976 nog semiprof. Wie vanuit die omstandigheden met totale overgave een spelersgroep probeert beter te maken, moet misschien inderdaad een klein steekje los hebben.
Fritz Korbach, in 1976 trainer van FC Wageningen, is zo'n trainer.
Van Diez naar Wageningen
Fritz Korbach wordt in 1945 geboren in het West-Duitse Diez. Zijn Nederlandse moeder keert in 1951 terug naar Nederland. De jaren daarna zorgen ervoor dat van de Duitse Fritz uiteindelijk weinig meer te herkennen is.
Hij spreekt in ieder geval beter Nederlands en slechter Duits dan menig landgenoot. Bovendien, zo wordt over hem opgemerkt, had hij altijd een goed rapport.
In 1972 volgt Korbach Maarten Vink op bij eerstedivisieclub Wageningen, nadat Vink KNVB-coach George Knobel zes weken bij MVV mocht vervangen. Daarvoor heeft Korbach twee jaar gewerkt bij de Utrechtse eerstedivisieclub Elinkwijk en drie jaar onder Bertus Jacobs het C-team van FC Utrecht begeleid.
Bij Wageningen is hij fulltime in dienst.
Fritz Korbach in 1976
Zeventig uur voetbal
Kom bij Korbach niet aan met verhalen over beperkte mogelijkheden of semiprofs. Hij slaat je liever om de oren met een werkweek van zo'n zeventig uur. Zoals veel collega's in die tijd heeft ook Korbach zelden een vrije dag.
Wageningen heeft bovendien een jeugdafdeling en Korbach vindt dat ook die onder zijn verantwoordelijkheid valt. Regelmatig geeft hij een soort cursus aan de jeugdleiders. “Ik ben de hele dag met mijn werk bezig, ik kan me er nu eenmaal niet van losmaken.”
De training zelf behandelt hij evenmin als iets vrijblijvends. Je kunt volgens Korbach oefeningen uit je mouw schudden, maar wie bewust patronen wil trainen en analyseren, moet vooraf nadenken over de opbouw. Een goede training moet voorbereid zijn.
Ook bij individuele training kiest hij voor een praktische benadering. Korbach probeert vooral de sterke punten van spelers verder te ontwikkelen. Van Osenbruggen kan niet goed koppen, zegt hij, maar dan heeft het weinig zin om hem vier avonden per week eindeloos kopoefeningen te laten doen: “Dat leert hij toch nooit.”
Hetzelfde geldt voor spits Groenendijk. Die hoeft van hem niet eindeloos te trainen op korte één-tweecombinaties in het strafschopgebied, “want dan gaan er toch tien van de twintig in de tribune.” Het klinkt eenvoudig, maar het typeert zijn manier van werken: niet iedere speler hoeft alles te kunnen.
De degradatie die hem nog altijd dwarszit
Korbach heeft stevige ambities met Wageningen. Hij wil terug omhoog. De degradatie van drie jaar eerder zit hem nog altijd niet lekker. Volgens Korbach had Wageningen in 1973 helemaal niet uit de Eredivisie hoeven verdwijnen.
Een van de laatste competitiewedstrijden wordt gespeeld tegen Go Ahead Eagles. Voor Wageningen staat veel op het spel. De club belegt zelfs voor het eerst een klein trainingskamp in het Speulderbos bij Garderen.
“Alles prima, dikke mik,” herinnert Korbach zich. Maar hij zit nog maar nauwelijks op de bank of Go Ahead maakt al 1-0. Wageningen komt voor rust terug tot 1-1 en Korbach denkt dat het alsnog goed kan komen.
Dat gebeurt niet. Hoewel er voor Go Ahead niets meer op het spel staat, komt de ploeg volgens Korbach na rust als bezeten uit de kleedkamer. Wageningen verliest kansloos met 5-1.
Later spreekt Korbach Jan van Deinsen, afkomstig uit de Betuwe en inmiddels speler van Feyenoord. Van hem hoort hij dat de spelers van Go Ahead vlak voor de wedstrijd een overwinningspremie van achthonderd gulden in het vooruitzicht zou zijn gesteld, veel meer dan ze normaal ontvingen.
Korbach vermoedt dat zulke initiatieven eerder van sympathisanten of andere mensen rond een club komen dan van een bestuur zelf. Bewijzen kan hij niets. Ook over de nacompetitie van dat seizoen is hij jaren later nog niet uitgepraat.
Van Fortuna SC uit heeft Wageningen volgens hem verdiend verloren, maar over andere wedstrijden houdt hij een veel onaangenamer gevoel over. Toch kapt hij het onderwerp uiteindelijk zelf af. Anders, zegt hij, krijgt de manager weer “stiekeme telefoontjes uit Zeist” met de waarschuwing dat Korbach moet uitkijken.
En als hij eraan gaat?
Korbach maakt zich er niet bijzonder druk over. De jonge trainer ligt goed in de markt. Bovendien vindt hij zorgen over zijn volgende baan vooral verspilde energie.
Als hij zich druk zou maken over zijn toekomst, zegt hij, mist hij de scherpte om volledig geconcentreerd zijn huidige werk te doen. En juist op die prestaties wordt hij beoordeeld. Na een nederlaag kan hij zich moeilijk verdedigen met het argument dat hij te druk was met contractbesprekingen.
Dat betekent niet dat hij tevreden is over de positie van trainers in Nederland. De VVON, de beroepsvereniging van voetbaltrainers, manifesteert zich volgens Korbach naar buiten toe wel goed, maar zolang officiële samenwerking met de voetbalinstanties ontbreekt, blijft de beroepsgroep machteloos.
In West-Duitsland zijn de arbeidsvoorwaarden volgens hem beter geregeld. Wie daar wordt ontslagen, krijgt volgens Korbach minimaal twee jaarsalarissen mee. Bovendien moeten clubs binnen veertien dagen een nieuwe trainer met het vereiste diploma aanstellen. “Daar is geen gemarchandeer mogelijk.”
De trainer als concurrent van de trainer
Misschien ergert Korbach zich nog wel meer aan zijn eigen beroepsgroep. Solidariteit tussen trainers ziet hij nauwelijks. De ene trainer is nog niet ontslagen of, zo stelt hij, tien anderen hebben zich alweer voor diens baan gemeld.
Er wordt volgens hem bovendien veel te veel over elkaar gepraat. Trainers zijn voortdurend met elkaars werk bezig. Korbach kan zich er zichtbaar over opwinden: “Verdomme, jongens, er is een collega die meer over mijn werkwijze bij Wageningen weet dan ik zelf.”
Een vaatje buskruit langs de lijn
Korbach heeft zijn hart op zijn tong. Scheidsrechters krijgen dat zo nu en dan te merken. Langs de lijn kan hij veranderen in een vaatje buskruit.
Tegenover zijn spelers probeert hij juist een grens te bewaken. Met hen moet hij immers het hele jaar verder. Meteen na een nederlaag als een krankzinnige tekeergaan heeft volgens hem weinig zin. In het begin van zijn trainersloopbaan is dat een keer misgegaan. Toen heeft hij meteen besloten dat het nooit meer zo moest.
Na een wedstrijd komen volgens Korbach bovendien eerst de onvermijdelijke smoesjes. De schoenen waren niet goed. De vorige fabrikant was beter. Of een vader komt vertellen dat het veel te warm was. Korbach laat zulke opmerkingen voor wat ze zijn.
Maandag zegt hij nog altijd weinig. Eerst kijkt hij maandagavond de video van de wedstrijd terug. Pas dinsdag volgt zijn oordeel. Dan zijn de emoties gezakt en kan hij gericht aangeven wat er verkeerd is gegaan.
En als het nodig is, gaat hij er op dinsdag wel degelijk stevig tegenaan. Dan valt er weleens een vloek, zegt hij, want hij heeft een vreselijke hekel aan semiprofs bij wie zijn woorden het ene oor ingaan en het andere weer uit.
Voetbal als permanente bezigheid
Het aardige aan Korbach in 1976 is dat veel van wat later zijn publieke reputatie zal bepalen al zichtbaar is. De drift langs de lijn, de directe taal, zijn ongeduld met gemakzucht en het vermogen om zich volledig met een relatief kleine club te vereenzelvigen.
Maar achter het beeld van de luidruchtige trainer zit ook iets anders. Korbach denkt uitvoerig na over trainingsmethoden, over individuele ontwikkeling, over arbeidsvoorwaarden en zelfs over het juiste moment om spelers na een nederlaag met hun fouten te confronteren.
Misschien is dat wel de opvallendste tegenstelling. Hij kan langs de lijn ontploffen, maar wacht na afloop bewust tot dinsdag voordat hij zijn spelers de waarheid zegt.
En in een voetbalwereld waarin veel spelers na hun training gewoon weer naar hun andere werk vertrekken, leeft Korbach zelf al alsof het moderne fulltime profvoetbal allang is aangebroken.
COMMENTS