Op 24 juli 1977 maak Ajax-dokter John Rolink een duidelijk statement. Mocht de KNVB dit seizoen met dopingcontroles gaan werken, dan zal Ajax weigeren aan deze controles deel te nemen.
Op 24 juli 1977 verzet Ajax-arts John Rolink zich openlijk tegen mogelijke dopingcontroles van de KNVB. Zijn uitspraak past in een tijd waarin de grenzen tussen medische begeleiding en prestatiebevordering in het voetbal nog nauwelijks vastliggen.
Jaaroverzicht 1977 · Buiten de lijnen
Ajax weigert mee te werken aan dopingcontrole
Clubarts John Rolink stelt de medische autonomie boven de regels van de voetbalbond.
Doping in een grijs gebied
In het voetbal van de jaren zeventig is doping nog lang niet zo omstreden en gereguleerd als tegenwoordig. De internationale dopingbestrijding staat in veel sporten nog in de kinderschoenen, controles zijn beperkt en de verantwoordelijkheid ligt vaak vrijwel volledig bij clubartsen en begeleiders.
Juist daardoor kan een arts als John Rolink zijn eigen medische opvattingen lange tijd zonder veel tegenwicht toepassen. Voor Rolink loopt de grens niet tussen toegestaan en verboden, maar tussen verantwoord en onverantwoord medisch handelen. Wanneer een middel onder toezicht van een arts wordt verstrekt, beschouwt hij dat niet vanzelfsprekend als doping.
Rolink trekt een duidelijke grens
Op 24 juli 1977 maakt Ajax-dokter John Rolink een duidelijk statement. Mocht de KNVB dat seizoen met dopingcontroles gaan werken, dan zal Ajax weigeren aan deze controles deel te nemen. Het is niet de eerste keer dat Rolink een opvallend standpunt inneemt tegenover doping.
John Rolink is heel stellig ten opzichte van doping. Als er medische begeleiding bij komt kijken, vindt de voormalig wieler- en zwemarts niet dat er sprake is van doping.
Dat is ook de reden dat Rolink de wielerwereld de rug toekeert. Als men daar eind jaren zestig serieuzer gaat controleren, valt er in de wielerwereld voor Rolink niet meer te werken. Zijn adviezen zouden steeds vaker tot straffen kunnen leiden. Rolink is in de wielerwereld onder andere begeleider van Joop Zoetemelk.
Daarnaast is hij na de Olympische Spelen van Rome in 1960 al in opspraak geraakt in de zwemwereld. Zijn medische adviezen komen naar buiten en een actualiteitenprogramma stelt zijn werkwijze aan de kaak.
Geen controle
Eind jaren zestig doet Rolink daarom zijn intrede bij Ajax. In de voetballerij is nog nauwelijks sprake van controle, zodat Rolink zijn medische aanpak vrijwel zonder beperkingen kan voortzetten.
Doping is in de jaren zeventig nog niet zo omstreden als nu. De straffen zijn lager, of ze zijn er helemaal niet. De meeste Ajax-spelers slikken de pilletjes van Rolink dan ook voor zoete koek.
Alleen Barry Hulshoff klaagt in een interview in Vrij Nederland over een ‘wit pilletje’:
„Wij slikten het pilletje in combinatie met wat wij altijd hagelslag noemden. Wat het precies was weet ik niet, maar je voelde je ijzersterk en aan lucht had je geen gebrek. Een nadeel was dat je al je speeksel kwijtraakte. Daardoor kreeg ik na vijfendertig minuten braakneigingen.”
Dat slikken irriteert de KNVB mateloos. KNVB-arts Wim Mosterd had met Janus Jongbloed een leermeester die in de jaren zestig de zwemaffaire aanhangig had gemaakt. Rolink doorzag de verhoudingen en wist ‘waar de Mosterd vandaan kwam’.
Rolink trok zich daar weinig van aan. Wel speelde hij het duel der artsen via Johan Cruijff. Als er zich een mogelijkheid voordeed om Cruijff, of andere Ajacieden, bij Oranje weg te houden, deed hij dat met genoegen.
Van Rompu
Jimmy van Rompu is een voormalig clubarts van Telstar, Xerxes, DWS, FC Den Haag en AZ. Hij kent Rolink als collega:
„Rolink zei gewoon: ik ben arts, ik ben de vakman en ik pas alle geneesmiddelen toe die de medische wereld mij biedt.”
Van Rompu vervolgt: „Vroeger kregen spelers soms amfetaminen. Nooit te veel, want dan verstoort het de coördinatie en de alertheid. Zelf gaf ik spelers wel eens anabole steroïden, niet om de prestatie te bevorderen, want dat doen ze niet. Het was vooral voor spelers die na een ziekte of blessure snel weer op krachten moesten komen.”
Pim van Dord had als speler bij Ajax te maken met clubarts John Rolink:
„Het probleem is dat je als speler een leek bent op het gebied van doping. Je gaat uit van de betrouwbaarheid van een arts, maar je weet niet precies wat je krijgt toegediend bij maagpijn of diarree. Als je de dopinglijst van het wielrennen als criterium hanteert, wordt ook door voetballers doping gebruikt.”
John Rolink en Ajax
Gebruikte bronnen
AD.nl, de Volkskrant, Trouw, De Telegraaf, Vrij Nederland en latere historische reconstructies over doping in het Nederlandse voetbal. De citaten zijn in de oorspronkelijke strekking behouden; alleen spelling, interpunctie en enkele grammaticale formuleringen zijn aangescherpt.

COMMENTS