Van puinhopen naar vier schansen: verzoening door skispringen na de oorlog

Wat ooit begon als een klein gebaar van goodwill tussen voormalige vijanden, is nu een jaarlijks spektakel dat landen verbindt.

Wat ooit begon als een klein gebaar van goodwill tussen voormalige vijanden, is nu een jaarlijks winters portaal dat landen verbindt. De Vierschansentournee – het legendarische skispringtoernooi rond de jaarwisseling – staat bekend als sportief spektakel. Maar minder bekend is hoe dit toernooi, geboren in de schaduw van de Tweede Wereldoorlog, uitgroeide tot een symbool van grensoverschrijdende verzoening en traditie in Midden-Europa.


De Tweede Wereldoorlog had ook in de sportwereld diepe kloven geslagen. Direct na 1945 mochten Duitse skispringers niet eens internationaal meedoen – ze waren door de internationale skifederatie FIS in de ban gedaan. Toch lieten bevriende skiclubs uit Oostenrijk en Duitsland zich niet tegenhouden. De Innsbruckse skivrienden nodigden hun Partenkirchense kameraden al snel uit voor informele wedstrijdjes op de Seegrube bij Innsbruck. 

Dat was op zichzelf een veelbetekenend tafereel: terwijl de Bergisel-schans in Innsbruck nog in puin lag na de oorlog, kwamen Duitsers en Oostenrijkers samen om weer te springen. Het waren eerste voorzichtige sprongen over de brokstukken van wantrouwen heen.

Na enkele van zulke ontmoetingen groeide het besef dat er iets groters moest komen – iets dat de sport nieuw leven in zou blazen én de verbondenheid zou vieren. Bij een vriendschappelijke wedstrijd rond 1951/1952 ontstond het idee voor een heuse tournee langs meerdere schansen in beide landen. De voorzitter van Ski-Club Partenkirchen en zijn Oostenrijkse collega’s smeedden een plan om de traditionele Nieuwjaarssprong van Partenkirchen te verbinden met wedstrijden elders in de Alpen. 

Het duurde tot het voorjaar van 1952 voordat het plan concreet werd: tijdens een nachtelijk skispringen op 17 mei 1952 lag in een Innsbrucker berghut het “geboortecertificaat” van de Duitse-Oostenrijkse skispringweek op tafel. Met andere woorden, de Vierschansentournee was verwekt bij kaarslicht en Kaiserschmarrn, door mannen die inzagen dat sport de geopolitieke vrieskou kon doen ontdooien.

Die samenwerking was op zich al een diplomatiek kunststukje. In een tijd dat Oostenrijk nog onder geallieerd toezicht stond en West-Duitsland net opkrabbelde, besloten ski-enthousiastelingen uit beide landen de handen ineen te slaan. Ze brachten hun beste vier schansen in: Partenkirchen (in Garmisch-Partenkirchen) en Oberstdorf namens West-Duitsland, Innsbruck en Bischofshofen namens Oostenrijk. Op 14 december 1952 bezegelden de vier skiverenigingen hun pact in de Alpen. Nog geen tien jaar na de oorlog deden Duitse en Oostenrijkse skiclubs dus iets opmerkelijks: ze organiseerden samen een internationaal sportevenement, alsof ze wilden zeggen “laten we vooruit springen, niet achterom kijken.”

De eerste Tournee (1953): een wankel begin

Op 1 januari 1953 was het zover: de allereerste Vierschansentournee ging van start. Garmisch-Partenkirchen beet het spits af op nieuwjaarsdag, nog altijd gehuld in de symboliek van een nieuwe start. 

In plaats van propaganda en parades (Garmisch had de Olympische Winterspelen van 1936 nog voor nazi-pronk gebruikt), vulde het stadion zich nu met ongeveer 20.000 enthousiaste toeschouwers die samen genoten van sport. Niet alleen Duitse en Oostenrijkse springers stonden bovenaan de schans, maar ook vier Zweden, drie Noren, drie Zwitsers en vijf Slovenen waagden de sprong. Dat was geen toeval: de organisatoren wisten dat zonder Scandinaviërs – destijds de absolute wereldtop in het skispringen – de competitie weinig allure zou hebben. 

“Zonder Scandinaviërs geen Vierschansentournee,” klonk het credo destijds gekscherend. Inderdaad bewezen de Noor Asgeir Dölplads en zijn landgenoten meteen hun waarde: Dölplads won de openingswedstrijd in Garmisch, landgenoot Erling Kroken zegevierde een paar dagen later in Oberstdorf, en Halvor Næs pakte de overwinning bij de afsluiter in Bischofshofen. Toch ging de eerste Tournee-titel naar Oostenrijker Sepp “Buwi” Bradl – de veteraan die in Innsbruck won en uiteindelijk de hoogste totaalscore haalde. Het moeten wonderlijke momenten van verbroedering zijn geweest: Duitse fans die, nauwelijks zeven jaar na de oorlog, klapten voor een Noorse winnaar op Duitse bodem.

“Zonder Scandinaviërs geen Vierschansentournee,”

Toch hing het toernooi aan een zijden draadje. De opstart kende haperingen die nu nauwelijks voorstelbaar zijn. Zo dreigde vlak voor de start een diplomatiek fiasco: de Zweedse springers, onmisbaar voor de internationale uitstraling, kregen aanvankelijk geen visum om Oostenrijk binnen te komen. In die jonge Koude Oorlog-jaren waren grenscontroles streng en bureaucratisch. Dat de Zweden aan de grens werden tegengehouden, had het einde van de Tournee kunnen betekenen nog vóór de eerste editie goed en wel begonnen was. Maar hier greep het toeval – of liever, een skispringminnende douanier – in. De legende wil dat een hoge Oostenrijkse douanebeambte, zelf fervent liefhebber van de skisprongsport, zijn petje afnam voor de sportieve missie en de Scandinaviërs toch doorliet, alle papieren perikelen ten spijt. Met één zwaai van zijn stempel redde hij de eerste Vierschansentournee.


Alsof dat niet genoeg was, speelde er nóg een curieus akkefietje achter de schermen. De Noorse sterren, trotse winnaars op de schans, voelden zich naar eigen zeggen tweederangs behandeld ten opzichte van de Zweden. Wat was het geval? In het Oostenrijkse hotel bleken de Zweden telefoons op hun kamers te hebben, en de Noren niet. Die laatste groep dreigde zelfs in opstand: als wij geen telefoon krijgen, springen we niet! De geschrokken organisatoren wisten de gemoederen te bedaren – en gaven iedereen een telefoonaansluiting. Jaren later snapten ze pas waarom de Noren zo hadden gehamerd op dat telefoontje: enkele Noorse springers produceerden bij latere edities astronomisch hoge telefoonrekeningen, tot wanhoop van de organisatie. Een staaltje historische ironie: in 1953 hadden de Oostenrijkers misschien stiekem gelijk om die praatgrage Noren aanvankelijk géén telefoon te geven.

Ondanks de kleine drama’s en diplomatieke hindernissen lukte het om de eerste editie tot een goed einde te brengen. Het volgehouden motto was duidelijk: met een beetje goede wil en improvisatie kan sport grenzen slechten. De lokale autoriteiten, van douaniers tot burgemeesters, werkten soepel mee om de politieke obstakels te overkomen. Zelfs de vlaggenkwestie – Oost-Duitse springers mochten later hun eigen vlag niet hijsen in West-Duitsland, wat tot boycottdreiging leidde – werd in latere jaren opgelost met creatieve compromissen. De Tournee doorstond weer en wind, letterlijk: als de sneeuw uitbleef of smolt, werd er sneeuw uit verre dalen per truck aangevoerd om de schansen begaanbaar te maken. Niets zou deze nieuwe traditie nog stoppen.

Vier schansen, vier karakters

Het toernooi kreeg zijn naam doordat het zich op vier verschillende schansen afspeelt – en al snel bleek iedere schans zijn eigen persoonlijkheid en rituelen te hebben. Samen vormen ze een Alpenmythologie in vier bedrijven:

  • Oberstdorf (Duitsland) – In de idyllische Allgäu in Zuid-Duitsland ligt de Schattenbergschans (tegenwoordig Audi Arena). Hier begint de Tournee tegenwoordig traditiegetrouw rond 29/30 december, als opwarmer voor het nieuwe jaar. Oberstdorf heeft de primeur, de nerveuze eerste sprongen, vaak in wisselvallig weer. De moderne schans – met een K-punt rond 120 meter en HS140 – is een technisch hoogstandje en behoort tot de belangrijkste ter wereld. Ooit was het een van de moeilijker bereikbare uithoeken, maar sinds de jaren ’70 is Oberstdorf niet meer weg te denken van de internationale kalender. Men zegt weleens dat de Tournee hier niet gewonnen kan worden, maar wél verloren: een sterke start in Oberstdorf is cruciaal, maar een slipper in de Allgäuer sneeuw kun je de hele Tournee blijven achternazitten.

  • Garmisch-Partenkirchen (Duitsland) – Op Nieuwjaarsdag verhuist het circus traditioneel naar Garmisch-Partenkirchen. De Olympiaschans hier ademt geschiedenis: gebouwd voor de Winterspelen van 1936, maar inmiddels hypermodern vernieuwd (o.a. in 2008) en 149 meter hoog. Het decor is adembenemend – aan de voet van de besneeuwde Zugspitze, de hoogste berg van Duitsland. Het Neujahrsskispringen is voor Duitstalige landen wat het schansspringen in Holmenkollen voor Noorwegen is: een volksfeest op de eerste dag van het jaar. Zo’n 25.000 tot 30.000 toeschouwers trotseren jaarlijks hun kater om de springers live te zien vliegen. Miljoenen anderen zitten thuis voor de buis, want “voor Duitsers hoort de Vierschansentournee net zo bij de feestdagen als de kerstman en Lebkuchen”. Garmisch is de etappe van champagne en vuurwerkresten in de ochtendmist, waar het nieuwe jaar met elke sprong letterlijk een vlucht neemt.

  • Innsbruck (Oostenrijk) – Daarna trekt de karavaan over de grens naar Tirol. In Innsbruck wacht de Bergiselschans, spectaculair gelegen op een heuvel boven de stad. Springers hebben hier bij helder weer een uitzicht op kerktorens en Alpenpieken voordat ze zich naar beneden storten. Maar Innsbruck staat ook bekend om zijn wind – de bergwind die door de Brennerpas kan gieren en al menig favoriet parten speelde. Twee keer (2008 en 2022) werd de wedstrijd hier zelfs afgelast wegens storm, iets wat op de andere locaties nooit voorkwam. Dat geeft Innsbruck de reputatie van joker in de Tournee: hier kan de wind de kaarten schudden. Niettemin koestert het publiek (26.000 plekken heeft het stadion) hun Bergisel als trots. De huidige schanstoren is een modern architectonisch kunstwerk (gebouwd in 2002), maar de geschiedenis is beladen: op deze berghelling vochten Tiroolse vrijheidsstrijders ooit tegen Napoleon. Nu vliegen er elke 3 januari skispringers van diezelfde helling – een vreedzamer gebruik van het panorama is nauwelijks denkbaar.

  • Bischofshofen (Oostenrijk) – Tot slot het grandioze slotstuk op Driekoningen (6 januari) in het gemoedelijke Salzburgerland. Bischofshofen is een bedevaartsoord – niet alleen religieus, maar inmiddels ook sportief. De Paul-Ausserleitner-Schans hier is genoemd naar een local die in 1952 tijdens een sprong verongelukte; het herinnert iedereen eraan dat skispringen altijd iets van roekeloosheid inhoudt. Met een hill size van rond 140 meter is “Bischof” een van de grootste vier schansen, en steevast goed voor een daverende finale. Duizenden toeschouwers trotseren de winterkou om in de schemering fakkels te ontsteken en de beslissende sprongen te zien. Wie hier na acht sprongen (twee per schans) het hoogste puntentotaal heeft, wint de Gouden Adelaar – de trofee en eeuwige roem. De sfeer in Bischofshofen is uitgelaten en emotioneel: het is Der Tag der Entscheidung. Menige Tournee werd hier pas beslist met de allerlaatste sprong, alsof een scenarioschrijver de spanning tot het eind wilde vasthouden.

Elke schans heeft dus zijn eigen karakter en verhaal. Samen vormen ze de unieke Vierschansentournee, een rondreizend circus dat de toeschouwers door twee landen leidt en de kijkers thuis negen dagen lang in de ban houdt.

Sport als diplomatiek instrument

Vanaf het begin stond de Vierschansentournee in het teken van verbroedering – soms bewust, soms onbedoeld. In de vroege jaren vijftig was elk Zweeds, Noors of Zwitsers team dat afreisde naar Duitsland en Oostenrijk een kleine doorbraak. Bedenk: Noorwegen was door nazi-Duitsland bezet geweest, Oostenrijk had een dubieuze rol gespeeld in de oorlog, en toch stonden hun atleten en burgers in 1953 zij aan zij te juichen bij de schans. Sport functioneerde hier overduidelijk als een diplomatiek instrument. Het toernooi bood een neutrale arena waar voormalige tegenstanders elkaar weer in de ogen konden kijken, ditmaal zonder wapens, maar met ski’s ondergebonden.

Ook in latere decennia bleef de Tournee symbolische drempels slechten. In 1956 deed voor het eerst een Oost-Duitse skiër mee; even later volgden ook Polen, Sovjets en andere Oostbloklanders. Hoewel de Koude Oorlog soms opspeelde – zoals in 1959, toen een twist over de vlag van de DDR leidde tot een Oostblok-boycot – overwon de gezamenlijke passie voor het skispringen meestal de politieke kloven. Oost-Duitse springers als Helmut Recknagel zouden later zelfs uitgroeien tot publiekslievelingen in het Westen. En na de val van de Muur verdween ook het laatste barrière: sindsdien staan er springers uit alle windstreken bovenaan de schansen, van Japan tot de Verenigde Staten. Een Japanner (Kazuyoshi Funaki) won in de jaren ’90 voor het eerst de Tournee, en sindsdien hebben ook Polen en Slovenen zich bij het kransje winnaars gevoegd. Wat begon als een verzoeningsinitiatief tussen Duitstaligen en Scandinaviërs, is nu een echt wereldpodium geworden.

Geopolitiek bleef soms subtiel op de achtergrond meespelen. Toen bijvoorbeeld een West-Duitser (Max Bolkart) in 1960 voor het eerst de Tournee won, werd dat in eigen land gezien als een nieuwe mijlpaal van herstel. En de dominantie van Finnen en Duitsers in de jaren ’90 weerspiegelde hoe de sportorde verschoven was – Finland hoort cultureel niet tot Scandinavië, zoals commentatoren steevast opmerken, maar nam wel het stokje over van de tanende Zweedse en Noorse successen. Het is een kleine voetnoot bij de geschiedenis: de Scandinaviërs die in 1953 onmisbaar waren, spelen tegenwoordig een bescheiden rol in het schansspringen.

Toch blijft de Tournee voor iedereen een verbindingsteken. Atleten spreken van een bijzondere kameraadschap tussen de vier organiserende steden. De burgemeesters van Oberstdorf, Garmisch, Innsbruck en Bischofshofen houden jaarlijks overleg alsof het om zustersteden gaat – ze stemmen data af, delen ervaringen en vieren elkaars succes in de organisatie. Over landsgrenzen heen is een vertrouwensband ontstaan, vergelijkbaar met die van organisatorische tweelingstadjes. Dit jaarlijkse evenement bewijst dat sport een eigen diplomatie kent: een handshake na de landing zegt soms meer dan een handdruk in een conferentiezaal.

Van precair begin tot jaarlijks ritueel in heel Europa

In de bijna driekwart eeuw sinds de eerste editie is de Vierschansentournee uitgegroeid van een hachelijk experiment tot een instituut met rituele status. Waar in 1953 nog met moeite visa geregeld werden en sneeuw moest worden opgescharreld, daar gaat nu alles op rolletjes – en op kunstsneeuw, als het moet. Het toernooi kreeg professionele allure: live televisie deed zijn intrede (in West-Duitsland al vanaf eind jaren ’50) en tegen de jaren ’70 keken miljoenen Europeanen uit naar de nieuwjaarssprongen. 

In Nederland werd het nieuwjaarsspringen decennialang standaard op TV uitgezonden, een traditie die pas recent even in het gedrang kwam toen de NOS besloot te stoppen – maar na protest van kijkers sprong SBS6 bij om het toch door te geven. Het geeft aan hoezeer de Tournee voor velen onderdeel is van de feestdagen geworden. Een Duitse commentator merkte op: “Zonder Vierschansentournee geen echte jaarwisseling” – iets dat voor talloze gezinnen waar blijkt te zijn.

“Zonder Vierschansentournee geen echte jaarwisseling”

Waar de Tournee in de beginjaren vooral regionaal belangrijk was, is het nu een mediaspektakel van wereldformaat. Elke etappe trekt zo’n 25.000 tot 40.000 toeschouwers ter plekke, en wereldwijd volgen tientallen miljoenen de wedstrijden via de buis. De spanning en prestige zijn ongeëvenaard in het skispringen: olympisch goud mag dan de hoogste eer zijn, maar de Tournee winnen – alle vier wedstrijden het hoofd bieden, vaak binnen een tijdsbestek van tien dagen – vergt een constant niveau en zenuwen van staal. Geen wonder dat slechts drie springers in de geschiedenis alle vier wedstrijden in één editie wisten te winnen (de “Grand Slam”). Wie het flikt, wordt terstond een levende legende.

De Vierschansentournee is inmiddels doordrenkt van traditie en toch steeds in beweging. Iedere generatie ziet nieuwe helden opstaan – van de mythische Noor Bjørn Wirkola in de jaren ’60, via de Oost-Duitse “springsensatie” Jens Weissflog in de jaren ’80, tot aan de Poolse en Japanse kampioenen van de 21e eeuw. Maar hoezeer de tijden ook veranderen, de kern blijft wonderlijk gelijk: vier schansen, twee landen, één toernooi dat mensen verenigt.

Historische ironie wil dat een wintersporttoernooi – ontstaan uit noodzaak en wederopbouw – is uitgegroeid tot een jaarlijks baken van verbroedering. Wat begon met een paar idealisten in 1949 die in een Alpenherberg droomden over een “skispringweek”, is nu een legendesmederij die nationale grenzen overstijgt. Iedere jaarwisseling kijken Duitsers, Oostenrijkers, Scandinaviërs en vele anderen niet alleen naar de punten en afstanden, maar vieren ze onbewust ook de onderlinge verbondenheid die dit evenement symboliseert. Vanaf de tribunes en voor de televisies klinkt geen geschreeuw om wapenfeiten, maar gejuich voor sportieve prestaties – sportieve verzoening in optima forma.

En zo opent Oberstdorf elke editie opnieuw de Tournee, als een portal naar het verleden en de toekomst tegelijk. Bij elke afzet op de schans zweeft even de gedachte mee hoe bijzonder het is dat dit kán gebeuren: Duitsers, Oostenrijkers, Noren, Slovenen, Polen, Japanners – allemaal in één competitie, gebroederlijk. Vier schansen die ooit symbool stonden voor verdeeld Europa, staan nu voor eenheid in verscheidenheid. Met iedere sprong wordt de kloof tussen volken een stukje kleiner – een beter nieuwjaarsgeschenk kun je je bijna niet wensen.

Bronnen: Brabants Dagblad 28-12-2002 (Maarten van Helvoirt); Officiële site Vierschanzentournee; Deutsch Centre UK; Wikipedia; Vierschanzentournee-archief.



COMMENTS

Naam

1920,1,1935,1,1948,1,1953,1,1954,1,1962,1,1963,1,1966,1,1967,2,1969,1,1972,1,1974,3,1975,1,1976,1,1977,24,1978,10,1979,2,1980,10,1981,2,1982,8,1983,2,1984,4,1986,1,1988,1,1989,1,1990,1,1995,2,1997,2,Beeldspraak,13,Blog,8,Buiten de 16,9,Cruyff,1,Dammen,1,Dossier Doping,3,Event,2,Flets oranje,2,Formule 1,1,Historisch,12,Honkbal,1,Jaaroverzicht,104,Maandoverzicht,13,Maradona,1,Motorsport,4,Mundial78,3,Raleigh. 1980,1,Schaken,1,Sporters,30,Sporthistorie,86,Sportkroniek,16,Sportvandaag,147,Tafeltennis,1,Tennis,1,Thema,9,Top 5,24,Uitgelicht,222,Veldrijden,1,Video,9,Voetbal,33,Wieiswie,6,Wielrennen,15,Winterspelen,6,Zomerspelen,9,
ltr
item
De Sportkroniek: Van puinhopen naar vier schansen: verzoening door skispringen na de oorlog
Van puinhopen naar vier schansen: verzoening door skispringen na de oorlog
Wat ooit begon als een klein gebaar van goodwill tussen voormalige vijanden, is nu een jaarlijks spektakel dat landen verbindt.
https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEhkS_qQhFhnTh7pQvrcZsYo2thAQJ3V4SFp2NEFrHrVFlfpQXqOZI6BALnbtisBM9OByXApMpmnm4gNozL5oV9YrApTZfDps-Uj93CfBMmMHkhBjVDZCSzwXno74X5ZlxKkqecoeXpQQgQUJ-ZfCL_qNm3-lnHX9inua44WbupaErnr91co7IOsUHnBOO-k/w640-h640/Gemini_Generated_Image_kckrd5kckrd5kckr.png
https://blogger.googleusercontent.com/img/b/R29vZ2xl/AVvXsEhkS_qQhFhnTh7pQvrcZsYo2thAQJ3V4SFp2NEFrHrVFlfpQXqOZI6BALnbtisBM9OByXApMpmnm4gNozL5oV9YrApTZfDps-Uj93CfBMmMHkhBjVDZCSzwXno74X5ZlxKkqecoeXpQQgQUJ-ZfCL_qNm3-lnHX9inua44WbupaErnr91co7IOsUHnBOO-k/s72-w640-c-h640/Gemini_Generated_Image_kckrd5kckrd5kckr.png
De Sportkroniek
https://sportkroniek.blogspot.com/2026/01/van-puinhopen-naar-vier-schansen.html
https://sportkroniek.blogspot.com/
https://sportkroniek.blogspot.com/
https://sportkroniek.blogspot.com/2026/01/van-puinhopen-naar-vier-schansen.html
true
8020312625419342388
UTF-8
Loaded All Posts Not found any posts VIEW ALL Readmore Reply Cancel reply Delete By Home PAGES POSTS View All RECOMMENDED FOR YOU LABEL ARCHIVE SEARCH ALL POSTS Not found any post match with your request Back Home Sunday Monday Tuesday Wednesday Thursday Friday Saturday Sun Mon Tue Wed Thu Fri Sat January February March April May June July August September October November December Jan Feb Mar Apr May Jun Jul Aug Sep Oct Nov Dec just now 1 minute ago $$1$$ minutes ago 1 hour ago $$1$$ hours ago Yesterday $$1$$ days ago $$1$$ weeks ago more than 5 weeks ago Followers Follow THIS CONTENT IS PREMIUM Please share to unlock Copy All Code Select All Code All codes were copied to your clipboard Can not copy the codes / texts, please press [CTRL]+[C] (or CMD+C with Mac) to copy