een toernooi dat vocht voor zijn bestaansrecht, gespeeld op hobbelig gras in een uithoek van de wereld waar de grote sterren liever niet kwamen.
Vandaag de dag is de Australian Open de 'Happy Slam', een glimmend tech-festijn in het hart van Melbourne. Maar wie terugkijkt naar de begintijd en de jaren '70 en '80, ziet een heel ander beeld: een toernooi dat vocht voor zijn bestaansrecht, gespeeld op hobbelig gras in een uithoek van de wereld waar de grote sterren liever niet kwamen.
Een toernooi op reis
In tegenstelling tot Wimbledon of Roland Garros, die hun heilige grond al decennia koesteren, was de Australian Open (tot 1969 de Australian Championships) een nomade. Het toernooi zwierf tussen steden als Melbourne, Sydney, Adelaide, Brisbane en zelfs Nieuw-Zeeland. Pas in 1972 werd het Kooyong Stadium in Melbourne de vaste uitvalsbasis.
Het decor? Gras. En niet het gemillimeterde, biljartlakengladde gras van de All England Club. Het gras in Australië was vaak taai, onvoorspelbaar en verzengend heet. De tennisballen vlogen alle kanten op, behalve de goede.
Hoewel het een 'Grand Slam' was, voelde dat in de jaren '70 en begin jaren '80 totaal niet zo. Er waren drie grote redenen waarom men terughoudend was:
De Eindeloze Reis: In een tijdperk zonder luxe privéjets was de reis naar Australië een logistieke nachtmerrie. Voor Europeanen en Amerikanen betekende het een dagenlange reis. Veel spelers vonden het simpelweg de moeite (en de jetlag) niet waard.
De Kerstdagen: Tot 1987 werd het toernooi vaak rond de kerstperiode en oud en nieuw gespeeld. Topspelers als Björn Borg, Jimmy Connors en John McEnroe bleven liever thuis bij hun familie dan dat ze in de Australische hitte over een tennisbaan renden. Borg speelde er bijvoorbeeld maar één keer in zijn hele carrière.
Het Prijzengeld: De verhouding tussen de reiskosten en het prijzengeld was scheef. Voor een Amerikaanse topper was het financieel aantrekkelijker om een paar demonstratiewedstrijden in de VS te spelen dan de oversteek naar de Antipoden te wagen.
De grote ommekeer kwam pas in de jaren '80. In 1983 besloot de legendarische Ivan Lendl wél te gaan, en toen Martina Navratilova en Chris Evert het toernooi ook serieus gingen nemen, volgde de rest. Men begon in te zien dat je geen 'Grootheid' kon worden zonder een overwinning in de Bush.
- [message]
- Over dit verhaal
Dit verhaal laat zien hoe een van de grootste sportevenementen ter wereld ooit begon als een "moetje" waar de wereldtop het liefst met een grote boog omheen reed.We gaan in op de begintijd van de Australian Open, toen het gras nog hoog stond en de animo nog laag was. Het was nog een tijd van fysieke afstanden die er echt toe deden. Een Grand Slam was niet vanzelfsprekend; je moest er letterlijk en figuurlijk iets voor over hebben.
Morgen gaan we in op de hoofdrolspelers. Welke pioniers kwamen wel naar Australie? Tot slot beschouwen we materiaal revolutie, want de hegemonie van het houten racket liep op zijn einde

COMMENTS