Harm Ottenbros spurtte 38 jaar geleden op het circuit van Zolder naar de wereldtitel. Voor de coureur Ottenbros was dat het begin van een nachtmerrie.
Op 10 augustus 1969 sprint Harm Ottenbros in Zolder naar de wereldtitel op de weg. De regenboogtrui wordt voor hem geen bekroning, maar het begin van een periode waarin hij zich steeds verder vervreemdt van het wielrennen.
Sporthistorie · WK wielrennen 1969
Harm Ottenbros en de regenboogtrui die te zwaar werd
In Zolder wordt een onbekende Nederlander wereldkampioen. Voor Ottenbros blijkt de grootste zege uit zijn loopbaan het begin van een nachtmerrie.
Een WK in de schaduw van Van Looy en Merckx
Het wereldkampioenschap op de weg van 1969 wordt verreden op het circuit van Zolder. In België draait vrijwel alles om twee namen: de oude kampioen Rik Van Looy en de jonge Eddy Merckx. De onderlinge rivaliteit tussen beide kampen beheerst de koers.
Harm Ottenbros profiteert van die verdeeldheid. De Nederlander behoort niet tot de grote favorieten en juist daarom krijgt hij ruimte. In de finale komt hij samen met de Belg Julien Stevens voorop en beslist hij de titel in de sprint.
De onverwachte winnaar past slecht in het beeld dat de wielerwereld van een wereldkampioen heeft. Ottenbros is geen grote vedette, geen commerciële publiekstrekker en geen vanzelfsprekende leider van het peloton. De regenboogtrui maakt hem beroemd, maar levert hem tegelijk een druk op waarvoor hij nauwelijks is voorbereid.
De kampioen die niet gewenst was
Harm Ottenbros spurtte op het circuit van Zolder naar de wereldtitel. Voor de coureur Ottenbros was dat het begin van een nachtmerrie. Het métier moest niets hebben van een kleine kampioen. Ottenbros stopte uiteindelijk op een gepaste manier: hij donderde zijn fiets in de Oosterschelde.
Op zondag 10 augustus 1969 won Harm Ottenbros in het Belgische Zolder een wedstrijd die hij kennelijk niet had mogen winnen. Waar Vlaanderen zat te wachten op de oude Rik van Looy of de jonge Eddy Merckx, reed een voor hen onbekende Hollander naar de wereldtitel.
Ottenbros profiteerde in 1969 van de tweestrijd in het Belgische wielerkamp. De oude Rik van Looy en de jonge Eddy Merckx gunden elkaar de overwinning niet.
Volgens de meeste volgers in de karavaan was de overwinning van Ottenbros een toevalstreffer.
„Ik was die dag toevallig wel de sterkste. Of dacht je dat ik 190 renners heb omgekocht? Reken maar dat ze allemaal even graag wereldkampioen wilden worden.”
Een wereldkampioen zonder bescherming
Ottenbros was 24 jaar toen hij de regenboogtrui in bezit kreeg. „Vanaf dat moment liep alles spaak. Ik was veel te onervaren voor een wereldkampioen, maar dat is natuurlijk achterafgepraat. Ik had mijn zaakjes slecht voor elkaar. Ik had geen goede managers die mijn schaapjes op het droge legden. De bedragen die ik toen verdiende, waren ook niet om over naar huis te schrijven.”
In sportief opzicht leed Ottenbros veel gezichtsverlies. In de buitenlandse koersen werd hij uitgefloten. In eigen land had hij moeite met de heldenverering. Toen zijn resultaten tegenvielen, lieten de Nederlandse wielerfans hem prompt „als een baksteen vallen”. Om publicitaire redenen ging hij zesdaagsen rijden, maar als onervaren baanrenner werd hij openlijk te kijk gezet door Peter Post, in die tijd een grootmacht op de piste.
1970: alles zit tegen
Ottenbros beleefde in 1970 een dieptepunt in zijn wielerloopbaan. „Alles zat tegen. Ik raakte geblesseerd en ik kreeg een raadselachtige darmblessure. Tegelijkertijd reed het hele peloton tegen me. Ik moest maar even laten zien dat ik een waardige kampioen was. Nee, ik was niet rouwig toen ik die trui moest inleveren. Kon ik tenminste weer anoniem mijn rondjes rijden. Maar het oude gevoel is helaas nooit helemaal teruggekeerd.”
Later komt de trots terug
"Nu verfoei ik die dag niet meer. Zeker niet. Ik ben trots op die titel. Hij staat in de boeken en die dag was ik ook gewoon de beste. Die dag was ik de wereldkampioen. Juliën Stevens, de man die ik toen klopte in de eindspurt, kwam ik laatst nog tegen. Hij zei: je hebt de titel absoluut niet gestolen. We zijn gewoon als amateurs naar de meet gereden. Ik heb nu ook te doen met Juliën. Van hem hoor je helemaal niets meer. Soms denk ik wel eens: als die streep een meter verder had gelegen, was het leven voor ons misschien heel anders gelopen."
Toen vond Ottenbros het al snel niet meer leuk om wereldkampioen te zijn. „Het verhaal was simpel: ik was als wereldkampioen te klein. Letterlijk en figuurlijk. Ik heb dit nog nooit eerder gezegd, maar ik snap nu ook dat ik toen voor de organisatoren een klotewinnaar was."
Met name in België werd hij als wereldkampioen niet gepruimd. Men keek hem met de nek aan en sprak voortdurend in smalende bewoordingen over de man in de veel te grote regenboogtrui. Ottenbros ging door een hel. Zwaar gedesillusioneerd stopte hij in 1976 met wielrennen. De dag dat hij wereldkampioen was geworden nog altijd verfoeiend. „Vergelijk het met iemand die dag in dag uit op zijn werk getreiterd wordt. Dat hou je niet vol."
De fiets de Oosterschelde in
Zijn afscheid werd destijds prachtig in beeld gebracht in het VPRO-programma Het Gat van Nederland. Ottenbros fietste met Knetemann over de Zeelandbrug. Plots stopte hij, wierp zijn fiets de Oosterschelde in en reed voorop de stang bij Knetemann het beeld uit. Terug naar huis, weg van het cyclisme.
„Iedereen hangt zijn fiets zogenaamd aan de wilgen. Ik dacht al een tijdje aan iets anders: vanaf de brug de Oosterschelde in.”
„Dat afscheid op de brug was helemaal in scène gezet. Het was trouwens nog niet eenvoudig om het zo te doen. We moesten uitkijken dat er op dat moment geen boot onder de brug door voer. En de opnames moesten er in één keer goed opstaan. Ik had immers maar één fiets bij me."
Een ander leven
Ottenbros liet daarna zijn baard groeien. En hij werd kunstenaar. Hij ging ook werken met verstandelijk gehandicapten. „Ik had eindelijk de tijd om mezelf te ontdekken. Als wielrenner was het daar niet van gekomen."
Hij ruilde de fiets in voor een motor. „De wind in de kop, het onderweg zijn. Dat wilde ik niet opgeven." Ondertussen bleef hij ook nog eens fit. „Ik heb elf jaar in de badmintoncompetitie gespeeld. Ik had dan wel een baard, maar ik heb mezelf nooit verwaarloosd."
Drie jaar geleden haalde Jan Janssen hem over terug te keren in de wielerwereld. „Jan zei: je kunt altijd negatief blijven denken over de sport, maar je hebt er ook veel aan te danken. Hij had gelijk.”
Harm Ottenbros en Zolder 1969
Gebruikte bronnen
Brabants Dagblad, Wikipedia en NRC. De aangeleverde hoofdtekst is inhoudelijk behouden en in de vaste Sportkroniek-structuur geplaatst. Context, tussenkoppen en factfile zijn als afzonderlijke redactionele onderdelen toegevoegd.
COMMENTS