
Zoetemelk begon slap aan de Tour. In de voorbereiding was de vorm er niet “doorheen” gekomen. Bovendien zorgde de aanhoudende regen in die eerste tourweek er voor dat Joop zich niet in vorm kon rijden. Dat was te merken in de eerste ritten. In de eerste tijdrit werd Zoetemelk op flinke achterstand gereden door Bernard Hinault. Een dag later werd het nog erger.
Over de kasseien richting Lille schudde Hinault eens goed aan de boom. Samen met Hennie Kuiper zette Hinault het peloton op minuten. Joop dokkerde normaal aardig over de kasseien maar stuiterde nu als een bang vogeltje over de kinderkopjes.
Na afloop was Jan Raas woedend. Hij had niet alleen Hinault moeten laten gaan, ploegorders, nu stond ook zijn kopman op achterstand. Raas las Joop de les. Het was over. Geen hulp meer voor jou! Zoek het maar uit! Vanaf nu gaan we alleen voor etappes.
Raas hield woord. Onder zijn impulsen vond Zoetemelk zijn vorm weer terug. Hij behaalde het geel, maar minstens zo imponerend waren elf ritoverwinningen van Raleigh dat jaar.
0 reacties:
Een reactie plaatsen